Effectief leren schrijven over wetenschap

Al zo’n veertig jaar verzorgen wij intensieve journalistieke trainingen voor hoger opgeleiden (wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs). Gedurende twaalf sessies op zaterdagen brengen tien gerenommeerde journalisten en één cursusleider de deelnemers de fijne kneepjes bij van schrijven over ‘moeilijke onderwerpen’. Wekelijks schrijven de cursisten een artikel over hun vakgebied dat op zijn toegankelijkheid en effectiviteit wordt beoordeeld. Ze krijgen schrijftips aangereikt en worden enigszins wegwijs gemaakt in de mediawereld. Aan een cursus nemen minimaal acht en maximaal twaalf mensen deel.

Wat is wetenschapscorrespondentie?

18_resizedDe wetenschapscorrespondent is een wetenschapper die op een toegankelijke manier over zijn vakgebied bericht. Hij kent een bepaald vakgebied van binnenuit en gebruikt die kennis bij het maken van zijn artikelen of van items voor radio, tv en internet. Een wetenschapsjournalist daarentegen is een journalist die zich heeft gespecialiseerd in het schrijven over wetenschap. En net als de buitenlandcorrespondent van een krant moet de correspondent uit de natuurkunde, de psychologie of de kunstgeschiedenis zijn kennis van zaken zo verwoorden dat ook een lezer die het terrein niet kent hem (of haar natuurlijk) moeiteloos kan volgen. Vaak worden de termen wetenschapcorrespondent en wetenschapsjournalist door elkaar gebruikt, maar er bestaat wel degelijk een onderscheid.

Ingewikkelde zaken duidelijk vertellen aan niet-ingewijden gaat de meeste mensen niet vanzelf gemakkelijk af. Wie wel eens heeft geprobeerd om op een feestje uit te leggen waar hij zich nu precies mee bezighoudt, kent misschien de frustratie van het verkeerd begrepen worden. Voor een breed publiek aantrekkelijk en toegankelijk schrijven over wetenschap of techniek is nog moeilijker. Maar het is iets dat u wel kunt trainen. Dat is altijd de gedachte geweest achter de cursus wetenschapscorrespondentie die sinds 1971 in Amsterdam gegeven wordt. En de honderden oud-cursisten die bijdragen leverden en leveren aan ruim 350 kranten en tijdschriften en aan tientallen radio- en tv-programma’s bewijzen dat zij het vak onder de knie hebben gekregen.