Hoe verloopt de cursus?
De twaalf, elk vier uur durende, bijeenkomsten hebben globaal steeds het volgende stramien: de (wekelijks wisselende) gastdocent houdt een inleiding van variabele duur over uiteenlopende thema’s van vakinhoudelijke of praktische aard. Denk daarbij aan onderwerpen als:
- Hoe vertaal je specialistische informatie voor niet-ingewijde lezers?
- Wat was de rol van de media in de affaire-Stapel?
- Hoe activistisch mag een wetenschapsjournalist zijn wanneer hij over duurzaamheid en de klimaatverandering schrijft?
- Hoe bereid je een interview voor?
- Hoe gaat een wetenschapsredactie te werk?
- Hoe bouw je een stuk op?
- Hoe kun je het best opdrachtgevers benaderen?
Na de pauze (koffie, thee en lunch zijn in de cursusprijs inbegrepen) bespreken de cursusleider, de gastdocent en de cursisten de artikelen die de cursisten in de week ervoor hebben geschreven. Op deze manier leren cursisten onder een zekere tijdsdruk te schrijven en doen ze ervaring op die hun in staat moet stellen hun weg in de beroepspraktijk te vinden. Verder is het zeer leerzaam van verschillende gastdocenten en een select groepje leken (namelijk je medecursisten die deskundig zijn op een ander vakgebied) te horen of ze je boodschap hebben begrepen, en waarover ze struikelden in je tekst. De cursus wordt afgesloten met een certificaat en een beoordeling van de deelnemers door de cursusleider.
Het uitgangspunt van de cursus is dat je schrijvend het meest leert. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, en het is dan ook niet onze bedoeling om theorie over journalistiek klassikaal te bespreken of te doceren. Uiteraard komt aan de hand van praktijkvoorbeelden de theorie wel aan de orde.
Wat verwachten we van een cursist?
De cursus wetenschapsjournalistiek staat open voor afgestudeerden van universiteiten en hogere beroepsopleidingen. Kersverse alumni zijn welkom, maar zeker ook mensen met jarenlange werkervaring. De groep bestaat uit maximaal veertien cursisten, een aantal waarbij de artikelen van iedere cursist voldoende aandacht krijgen.
Het is de bedoeling dat iedere cursist wekelijks een artikel schrijft. Je bent vrij in de keuze van het onderwerp en van de doelgroep van je tekst. Op die manier leer je rekening te houden met verschillende soorten lezers. Zo kan je een artikel voor artsen schrijven over een nieuwe behandelmethode voor een bepaalde ziekte. Je zou echter datzelfde onderwerp kunnen gebruiken voor een artikel in een vrouwentijdschrift. Hoewel het thema hetzelfde is, moet je een heel andere invalshoek kiezen.
Ben je deskundig op het terrein van informatietechnologie, dan zul je ontdekken dat het aanzienlijk lastiger is om de werking van een nieuw besturingssysteem uit te leggen aan de lezer van een populair-wetenschappelijk tijdschrift dan aan collega’s voor wie jouw jargon gesneden koek is. Omdat de andere cursisten vaak een andere achtergrond hebben dan jij zelf, word je tijdens de cursus al gedwongen je verhaal toegankelijk te maken. De heterogeniteit van de cursusgroep ervaren wij als een groot voordeel in je ontwikkeling als wetenschapsjournalist.
Op woensdag moet je je artikel voor de komende zaterdag inleveren. Dat mag een nieuw artikel zijn, maar je kunt ook het commentaar van de afgelopen bijeenkomst verwerken en je stuk zo bijschaven dat je de aandacht van je lezers bij deze nieuwe versie wel tot het einde vasthoudt. Tussen woensdag en zaterdag heb je de tijd om de artikelen van je medecursisten te lezen en te beoordelen.
Gemiddeld besteden onze cursisten vijf tot tien uur per week aan het schrijven van hun artikel. Daarmee is de cursus wetenschapsjournalistiek een tamelijk intensieve training.
Wie zijn de docenten?
Iedere week maakt een andere gastdocent zijn opwachting. De SCW is trots op de gerenommeerde journalisten die als gastdocent aan de cursus meewerken. Als gastdocent treden onder anderen op:
- Margriet van der Heijden (NRC Handelsblad)
- Rik Kuiper (Quest)
- Martijn van Calmthout (chef redactie Wetenschap de Volkskrant)
- Niki Korteweg (NRC Handelsblad)
- Greta Riemersma (docent journalistiek Rijksuniversiteit Groningen, oud-correspondent Marokko voor de Volkskrant en gespecialiseerd in interviews)
- Irene de Bel (hoofdredacteur NWT Magazine)
- Bas Broekhuizen (Universiteit van Amsterdam)
Verder treden tijdens de laatste bijeenkomst mensen op die vaak als ‘lijdend voorwerp’ in de wetenschapsjournalistiek hebben gefigureerd, zoals de oud-KNAW-president Robbert Dijkgraaf en zijn opvolger Hans Clevers.
De cursus staat onder leiding van cursusleider Sander van Walsum. Hij verzorgt de opbouw van de cursus en kan de progressie van de cursisten beoordelen, omdat hij elke week hun artikelen leest. Sander van Walsum (1957) is oud-redacteur van NRC Handelsblad en Elsevier, en oud-correspondent in Duitsland voor de Volkskrant. Momenteel is hij aan deze krant verbonden als chef van de redactie Opinie & Debat en commentator.




